Theater zonder tekst het werk van Hendrik-Jan Hunneman

Beeldend kunstenaar Hendrik-Jan Hunneman (1970) lijkt beïnvloed door de stad waarin hij werkt en woont. In Rotterdam, de stad met het imago van het anonieme hedendaags architectuurexperiment, bedenkt hij architectonische installaties die de oorspronkelijke vormgeving van een gebouw uitdagen. Zijn installaties, altijd speciaal ontworpen voor een specifieke tentoonstellingsruimte, zijn zowel speels als extreem exact in hun omgeving. De vormen zijn helder, de materialen simpel. Hunneman beschikt over een feilloos gevoel voor schaal en ruimtelijke proporties en slaagt er steeds opnieuw in constructies te bouwen, die de bezoeker op subtiele wijze dwingt tot een andere fysieke ervaring van een ruimte. Zijn werk is te omschrijven als een non-functionele architectuur die de bezoeker confronteert met zijn omgeving, doet bewegen en opnieuw laat kijken.

Mijn eerste directe confrontatie met een werk van Hendrik-Jan Hunneman was in 1999 in Stichting De Appel te Amsterdam. Voor de tentoonstelling Anarchitecture, samengesteld door de studenten van het Curatorial Training Programme, ontwierp Hunneman een werk waarbij hij in de tentoonstellingsruimte een wandensysteem bouwde dat de schijn wekte over twee verdiepingen de muren en plafons van de zalen te doorboren. In plaats van de hoge open wit-grijze omgeving die de entree van het gebouw van de Appel kenmerkt, werd de bezoeker van de tentoonstelling bij binnenkomst geconfronteerd met een enorme frontale hardrode wand waar maar net onderdoor gelopen kon worden. Deze hoge hangende muur bleek een onderdeel van een eigenzinnig wandensysteem dat de oorspronkelijke indeling van het gebouw tartte: zowel de looproute als kijkrichting van de bezoeker werden op meerdere plekken geblokkeerd of omgeleid, nieuwe verbanden tussen ruimtes ontstonden, oude werden doorbroken.

Even eigenzinnig en gewaagd ging Hunneman aan het werk in de industriële ruimte van Loods 6 op het KNSM-eiland in Amsterdam. Curator Suzanne van de Ven nodigde Hunneman uit voor een installatie in de eerste editie van Cargo series: een project waarbij werd geëxperimenteerd met een vernieuwend tentoonstellingsmodel dat zich uitkristalliseerde in een serie van drie weekenden waarbij met een kleine groep kunstenaars werd gestreefd naar een beeldend geheel dat een relatie aanging met zowel de ruimte als het relatief korte tijdsframe van de tentoonstelling. Hunnemans installatie in Cargo I (2001) kan het beste omschreven worden als een schans van 35 meter lang die, geklemd tussen de zuilen van de enorme hal van de loods en langzaam stijgend tot drie meter hoog, de gehele ruimte diagonaal doormidden brak. Een boeiend perspectivisch spel was het gevolg. Staand aan de lage kant van de met wit gaas afgewerkte schans, leek de hal oneindig lang te zijn. Vanaf de andere kant kijkend in de trechter aan het einde van de schans, werd de ruimte sterk verkort. De bezoekers die zich onder de schans begaven werden door het effect van de aflopende schans verkleind tot kleine poppetjes in een abstract schilderij.

Op dit moment neemt Hunneman deel aan een langlopend project in De Veemvloer in Amsterdam waarin hij in samenwerking met kunstenares Pascal Gatzen de tentoonstellingsruimte als fenomeen (als werk-, ontmoetings- en presentieruimte) aan een ruimtelijk onderzoek onderricht. Dit onderzoek is onderdeel van het project ‘La Cinca’ waarbij vormgever Thomas Buxó en kunstenaar Miklós Beyer andere kunstenaars uitnodigen om met hen gedurende een aantal maanden in alle rust te werken aan een niet-bestaand script. Het script handelt over ruimte en relaties; tussen publiek en kunstenaar, tussen kunstenaars onderling, tussen werk en ruimte, tussen ruimte en kunstenaar en zal langzaam geschreven en samengesteld worden door de verschillende deelnemers aan het project.

De afgelopen maanden bracht Hunneman vele uren door op De Veemvloer. Samen met Pascale Gatzen dacht hij na en werkte hij aan de functionaliteit, de esthetiek en de atmosfeer van de tentoonstellingsruimte in dit oude pakhuis aan het IJ. Ze ontwierpen tafels en wanden, plaatsten en verplaatsten, schilderden muren, brachten verschillende soorten verlichting aan en haalden veel toegevoegde en bestaande elementen weer weg. Met een klein budget, maar voldoende inventiviteit deden ze verschillende pogingen om de ruimte naar hun hand te zetten en functioneel te maken voor hun kunstmethode. Het plafond werd ontdaan van oneffenheden als spijkers, haken en spotjes die voor eerdere tentoonstellingen functioneel waren geweest. Hunneman en Gatzen hingen een batterij daglichtlampen op en besloten die later ook weer weg te halen, omdat dit toch niet de atmosfeer gaf waarnaar zij op zoek waren. Een ellenlange tafel functioneerde als presentatieplek, werktafel en soms als ‘scheidingswand’.

Maar ondanks het samenwerkingsprincipe van het project en de relatief lange experimenteerperiode, kon Hunneman het toch niet laten uiteindelijk zijn voor hem zo kenmerkende kijk op de ruimte in een bouwwerk te omvatten. Wanneer je De Veemvloer betreedt, is de hand van Hunneman onmiddellijk herkenbaar: de enorme schuifdeur die de bezoeker via enkele treden omhoog toegang geeft tot de tentoonstellingsruimte is van de voor Hunneman kenmerkende gevelpanelen gemaakt. Het gladde, industrieel afgewerkte materiaal contrasteert met het houten plafon en de gietijzeren pilaren van het pand. Binnengekomen, staat men op een wit podium dat uitgelicht is met enkele daglichtlampen en uitkijkt over de rest van de ruimte. De open schuifdeur waardoor men binnenkomt, hangt midden in de tentoonstellingsruimte en neemt daarmee bezit van het geheel. Hunneman bouwde een functieloze hoek om tot een waardig entree. Door een muur weg te breken en een ingang te maken die uitkomt op een podium, werd een opslaghoek plotseling een middelpunt, een begin.

Hunneman houdt ervan om met zijn werk een dergelijke begin of einde te creëren en leidt zo zijn publiek als het ware door de ruimte. Dat zie je ook terug in zijn titels. De titel van Hunneman’s werk in de Veemvloer, ‘I was looking You were turning Suddenly I met your face’, toont Hunneman’s drijfveer om met zijn werk een relatie aan te gaan met het publiek, maar ook een ontmoeting te forceren tussen verschillende individuele bezoekers. Blij verrast was hij dan ook toen tijdens een van de presentaties van ‘La Cinca’ zijn werk voornamelijk werd gebruikt als zitplek. Hunneman creëerde geen podium voor een artiest, maar een podium voor een anoniem individu, een onverwachtse bezoeker die een ontmoeting aangaat met zijn omgeving en zo zijn persoonlijk toneelstuk speelt.

Al eerder ontwierp Hunneman een werk met een dergelijke theatrale titel, waarbij de ontmoeting uitgangspunt was. In 2002 maakte hij voor De Vleeshal in Middelburg het werk ‘Kiss & Go’ dat een vluchtige ontmoeting of een snel afscheid opgevolgd door een beweging suggereert. Hunneman’s installatie die de hele Vleeshal besloeg, dirigeerde de bezoekers als het ware tot deze beweging. Bij binnenkomst werd het zicht op de zijmuren van de Vleeshal je ontnomen door de opstelling van twee enorme okergele wanden. Aan het einde van deze geconstrueerde gang werd je vervolgens door middel van twee kleine podia uitgenodigd om de hoek van de wanden te kijken. Niets deed vermoeden dat aan de andere kant van deze hoge wanden zich monumentale trappen bevonden die je aan weerszijden tot boven in De Vleeshal voerden. Boven gekomen bleken de trappen via een hoge rondgang met elkaar te zijn verbonden. Staande op dit ‘bordes’, uitkijkend over De Vleeshal, wanneer van de andere kant een bezoeker de trappen bestijgt, wordt de betekenis van de titel je plotseling duidelijk. Je bent terecht gekomen in een omgeving die tot in de kleinste details werd bedacht, die je feilloos dirigeert, maar nalaat je benauwende beperkingen op te leggen.


Tanja Elstgeest
Rotterdam 2002